Hét studentenwoordenboek door en voor studenten (2021)

Studeren gaat niet alleen om het vergaren van kennis zodat je straks met vertrouwen de arbeidsmarkt kunt betreden. Het zijn van een student is namelijk véél meer dan dat. Je bevindt je in één van de leukste (zeg maar: allerleukste) fases van je leven en je bereikt op sociaal vlak waarschijnlijk heel wat hoogtepunten.

Maar laten we eerlijk zijn: op sociaal vlak kom je pas écht goed mee met het studentenleven als je een beetje bekend bent met de heersende taal. En we hebben het dan niet over ‘gewoon’ algemeen beschaafd Nederlands. We hebben het over het vocabulaire dat door mening studenten op dagelijkse basis wordt uitgeoefend.

Wil je alvast een beetje ‘inburgeren’ als het gaat om studententaal of ben je op zoek naar dat ene woordje dat je iedereen hoort zeggen? Hieronder vind je hét meest omvattende studentenwoordenboek van moeder aarde.

A

Adten (of atten): het in één keer opdrinken van een vol glas met drank. Adten schrijf je officieel met een ‘d’, omdat het woord afkomstig is van het Latijnse ‘ad fundum’ wat letterlijk vertaalt ‘tot de bodem’ inhoudt.

Afko: afko is een afko van afko. Oké grapje. Afko betekent afkorting. Wees gewaarschuwd: studenten gebruiken nou eenmaal heel veel afko’s.

Afpilsen: het laatste biertje of de laatste biertjes van de avond opdrinken.

Aight: een woord dat wordt gebruikt om iets te bevestigen.

ALV: een afkorting (afko) voor ‘Algemene Ledenvergadering’. Dergelijke ALV’s worden vaak gehouden door studie- en studentenverenigingen en disputen. Alle leden zijn welkom om hun mening te delen. Het bestuur zal relevante documenten – doorgaans over de voortgang – delen met hun leden. Het is gebruikelijk om minimaal 1 ALV per jaar te houden.

Ambu: een afkorting voor ‘ambulance’. Zal vaak worden gebruikt in de context waarin iemand te veel heeft gedronken.

Amice: een woord om een vriend mee aan te duiden.

Appie: een woord om de grootste supenmarktketen van Nederland, de Albert Heijn, aan te duiden.

Ar: een afkorting voor iemand die aan het werk is, een arbeider. Wordt vaak in een negatieve context gebruikt.

Arbeider: iemand die werkt om de dagelijkse kosten te dragen. Ook wel bekend als ‘loonslaaf’. Ook eventuele stages en varianten vallen hieronder.

AVG: een afkorting voor ‘aardappel, vlees en groente’. Wordt gebruikt om aan te geven dat er ‘normaal’ gegeten gaat worden; een minder luxe maar wel doeltreffende en gezonde maaltijd.

B

Babo: afkorting voor ‘badkamer borrel’. Wanneer je een drankje nuttigt op de badkamer. Een ruimte waarin slechts een WC staat voldoet niet om te mogen spreken van een babo.

Baco: het instap-mixdrankje waarbij Bacardi (drank) wordt gecombineerd met cola.

Bakken vouwen: erg veel bier drinken. Serieuze progressie maken hiermee.

Bal: een lid van een vereniging van het mannelijke geslacht.

Barf: overgeven of kotsen. Men gebruikt vaak het verkleinwoord ‘barfje’.

Batsbereik: je maximale actieradius om een scharrel op te zoeken.

Batsen: een werkwoord voor geslachtsgemeenschap.

Biba: een afkorting die wordt gebruikt om één of meerdere bitterballen aan te duiden.

Bijstandsstokjes: zoute stokjes van een zo goedkoop mogelijk merk. Huismerk volstaat.

Bits: wordt gebruikt om aan te duiden dat iets niet helemaal de bedoeling is geweest en iets als zeer vervelend wordt ervaren.

Bodem leggen: voldoende eten alvorens het nuttigen van alcohol, zodat je minder snel dronken raakt (en stoerder kan doen tegenover je vrienden, terwijl je vals speelt).

Boka: een afkorting van bonuskaart van de Albert Heijn (Appie).

Brak: een ander woord voor kater. Treedt op de ochtend na het overmatig nuttigen van alcohol.

Brakticum: wanneer je brak bent een practicum voor je studie uitvoert.

Bruine fruitschaal: een bord gevuld met bittergarnituur.

Bs: refereert doorgaans naar de meest gebruikte studieomgeving ‘Brightspace’. Kan ook ‘boodschappen’ of ‘bullshit’ betekenen.

BSA: afkorting voor Bindend Studie Advies. Het BSA betreft het aantal studiepunten (EC’s) dat je minimaal dient te behalen om door te mogen met je studie. Bij een negatief BSA word je van de studie getrapt.

BVO: een ‘biertje voor onderweg’.

BYOB: een afkorting voor ‘bring your own beer’. Let wel: ‘beer’ kan ook worden gezien als ‘booze’. Als je BYOB hoort, mag je er vanuit gaan dat de host van het feest geen geld voor drank heeft.

C

Cappu: een afkorting voor de bekende koffiespecialiteit ‘cappuccino’.

Château migraine: wordt gebruikt om slechte en/of (zeer) goedkope wijn aan te duiden, omdat je daar hoofdpijn van zou krijgen.

Chlam: een afkorting voor chlamydia (een SOA). Dit wil je niet hebben.

Collegehengst: wordt gebruikt om iemand aan te duiden die alle colleges braaf bijwoont.

Corneren: wanneer iemand in een hoek (corner) wordt gedrukt om te zoenen.

Cursist: woord om iemand aan te duiden die slechts een HBO-studie volgt en niet slim genoeg is voor de universiteit. Wordt liever gebruikt door WO-studenten dan door HBO-cursisten.

CV-rukker: iemand die er alles aan doet om een zo vol mogelijk CV te krijgen, ongeacht of hij/zij de functies leuk vindt.

D

Dapri: een afkorting voor ‘datumprikker’. Wanneer je een datum gaat prikken voor een bepaald evenement.

Dichtgetikt: iemand die zich alleen maar bezighoudt met het studentenleven en zich daardoor erg stoer en superieur voelt, maar dit in de praktijk niet is.

Dispuut: een groep personen binnen een vereniging die samen met elkaar optrekken en bepaalde (soms specifieke) activiteiten ondernemen.

Dixo: een feestje; afgeleid van het woord ‘disco’.

Docs: schoenen van het merk Dr. Martens.

Doorhalen: slapen een keertje overslaan, bijvoorbeeld vanwege een uit de hand gelopen feest of het leren voor een tentamen.

Drie seconden regel: de ongeschreven (niet wetenschappelijk bewezen) regel dat op de grond gevallen eten niet vervuild raakt wanneer je deze binnen drie seconden weer oppakt. Sommige mensen werken voor hun eigen bestwil en/of wegens hun trage reactievermogen liever met de vijf of tien seconden regel.

Dubbel gemengd (wonen): aanduiding voor een studentenhuis waarin zowel mannen als vrouwen wonen en deze van verschillende verenigingen (mogen) zijn.

DUO: afkorting voor de bekende ‘Dienst Uitvoering Onderwijs’. Het ambtelijke apparaat dat verantwoordelijk is voor studiefinanciering. Bij DUO kun je geld lenen en het wordt hierom ook wel Ome DUO genoemd.

E

EC’s: afkorting voor ‘European Credits’. De officiële benaming voor studiepunten.

Eigengeiler: wordt gebruikt om iemand aan te duiden die het (zeer) graag over zichzelf heeft.

Eindbaas: wanneer iemand ergens zeer goed in is, waarbij het wordt verondersteld dat er praktisch niemand beter is.

Esca: afkorting voor ‘escalatie’ en alle varianten op dit woord.

Esma: een afkorting voor de koffiespecialiteit espresso, gemengd met Martini (drank).

Eventuela: wanneer je in potentie eventueel met iemand een relatie zou willen, maar nog in de fase van informatievergaring zit. Eventuela kan evolueren in een ‘prela’ of ‘rela’. Men dient voorzichtiger met de woorden prela en rela om te gaan, dan met het woord eventuela.

F

Feut: iemand die net nieuw is bij een vereniging en hierdoor nog geen volwaardig lid is. Pas na de KMT/ontgroening promoveer je van aspirant-lid naar een volwaardig lid. Wél start je onderaan in de ‘hiërarchie’.

Flaneren: proberen om gezien te worden. Je kan flaneren terwijl je (rustig) loopt, maar ook bijvoorbeeld in een voertuig.

Fuif: een feestje (vaak) bij iemand thuis en anders met een huiselijke sfeer.

FWB: een afkorting voor ‘friends with benefits’. Het betreft een relatie die slechts draait om geslachtsgemeenschap en weinig verplichtingen kent.

G

Gecondo: een afkorting voor ‘gecondoleerd’. Kan zowel serieus als sarcastisch worden gezegd.

Gemeentebier: water uit de kraan.

Gesalu: staat voor ‘gezellig samen lunchen’.

GinTo: afkorting voor het populaire mixdrankje (cocktail) waarbij Gin (drank) wordt gemixt met tonic.

Gozer: zo noem je een vriend die je wil aanspreken in het geval er iets opvallends gebeurt of reeds is gebeurd.

Gr.: gemeenschappelijke ruimte. Kan binnen verschillende contexten worden gebruikt; bijvoorbeeld binnen een school, studenten- of ziekenhuis.

Groene knuppel: een biertje van een merk met een groene fles. Wordt vaak gebruikt in het noorden en oosten om Grolsch mee aan te duiden.

Grondpizza (of grondpannenkoek): braaksel/kots wat op de grond ligt. Bij voorkeur in de ronde vorm.

H

Halve leo: een halve liter bier in een blik.

HDP: afkorting voor ‘heerlie de peerlie’. Wordt zowel in serieuze als sarcastische context gebruikt wanneer iets heerlijk of juist vrij ruk is.

Her: afkorting voor ‘herkansing’ of ‘hertentamen’.Wanneer je een tentamen in eerste gelegenheid niet hebt gehaald en daarom een herkansing moet maken.

Hert: een meisje.

HG: een afkorting voor ‘huisgenoot’.

HJ: afkorting voor het biermerk ‘Hertog Jan’. Wordt bij de betere feestjes geschonken boven de groene knuppels.

Hoerendiesel: een benaming voor zoette witte wijn: de instapwijn.

Hospiteren: controleren en toetsen of iemand wel geschikt is om in te trekken in een specifiek studentenhuis. Een persoon moet gezellig zijn en zorg willen dragen voor bepaalde huishoudelijke taken.

Huig hockeyen: tongzoenen.

Huisjongste (of HJ): degene die het meest nieuw is binnen een studentenhuis. De HJ mag rekenen op een hoop taakjes.

Hvb: afkorting voor ‘handen voor bier’. Wanneer dit gevraagd wordt, dien je aan te geven of je al dan niet interesse hebt in bier. Wordt bij voorkeur maar één keer gevraagd.

I

Ibu: afkorting voor het pijnstillende en ontstekingsremmende medicijn ‘ibuprofen’. Wordt gebruikt als serieuzer alternatief op de paracetamol, ongeacht de bijwerkingen.

Icen: een drankspel dat wordt gespeeld en draait om Smirnoff Ice (drank).

Inauguratie: iemand toelaten als lid van bijvoorbeeld een vereniging. Vrij ceremonieel van aard.

Indikken: wordt gezegd om aan te geven dat mensen wat minder breed moeten zitten, zodat er meer ruimte ontstaat.

Influ: afkorting voor ‘influencer’. Iemand die een groot bereik heeft op social media.

Io Vivat: een studentenlied uit het Latijn dat wordt gezongen aan het begin van een academisch jaar.

Itakru: afkorting voor ‘Italiaanse kruiden’. Gemiddelde kruiden die elk gerecht beter kunnen maken, zonder te veel moeite.

J

Jaarclub: een groep aan studenten van hetzelfde jaar, bijvoorbeeld binnen een vereniging of een hele studie.

Japie: afkorting om het mixdrankje jenever (drank) met appelsap aan te duiden.

Jasje dasje: een instap-formele outfit waarbij een colbert met das wordt gecombineerd met een minder formele broek (doorgaans een spijkerbroek).

Jeuk: zin hebben in de daad.

K

Kanen: boers woord voor ‘eten’.

Kantelen: een drankje snel opdrinken. Bijvoorbeeld een biertje kantelen.

Kater: de verzwakte lichamelijke en mentale toestand na een avond waarop veel drank is genuttigd.

Keizer: een vriendschappelijke benaming voor iemand die je dankbaar bent,

KMT: afkorting voor ‘kennismakingstijd’. In feit gaat het hier gewoonweg om de ontgroening bij een studentenvereniging.

Knor: afkorting voor ‘kent niet onze regels’. Wordt gebruikt om iemand mee aan te duiden die buiten het verenigingsleven staat en/of vrij burgerlijk is ingesteld.

Kobo: afkorting voor ‘korte bon’. Hier kan je voor kiezen bij een zelfscankassa.

Kompaan: een ander woord voor ‘vriend’ of ‘maat’.

Kowa: afkorting voor ‘korte wandeling’.

Kwarrel: een scharrel, alleen dan net iets beter: een kwaliteit scharrel.

L

Labo: afkorting voor ‘lange bon’. Hier kan je voor kiezen bij een zelfscankassa (bijvoorbeeld bij de Appie).

Lawa: afkorting voor ‘lange wandeling’. Dit begrip is tot stand gekomen tijdens de coronacrisis, omdat het één van de enige legale bezigheden was.

Louter: ander woord voor ‘zuiver’ of ‘alleen maar’. Wordt gebruikt door elitaire studenten.

LUL: kan meerdere betekenissen hebben; bijvoorbeeld het mannelijke geslachtsdeel, maar ook ‘Leiden University Library’. Kan binnen specifieke contexten worden gebruikt om iemand mee aan te duiden die iets doet wat niet netjes is.

Lustrum: het vijfjarige jubileum van bijvoorbeeld een vereniging of dispuut. Wordt vaak gevierd met een lustrumgala.

Lustrumgala: een gala ter viering van een lustrum (zie hierboven).

Lustrumreis: een reisje ter viering van een lustrum (zie hierboven).

M

Maat: een modern woord om een vriend mee aan te duiden. Wordt geregeld gebruikt als verkleinwoord: ‘maatje’.

MC: afkorting voor de naam Marie-Claire. Wordt gebruikt om een stereotype student mee aan te duiden.

MDM: afkorting voor ‘met dmeiden’. Wordt tegenwoordig ook gebruikt door mannen (‘met de mannen’). Men zegt het om aan te geven dat er een feestje of bijeenkomst wordt gehouden met een specifieke groep mensen van hetzelfde geslacht.

Mores: ongeschreven regels die gelden in een vereniging of dispuut (enkelvoud: mos).

Morning after pils: het biertje dat men drinkt wanneer men al een kater heeft om deze kater te doen verminderen.

Mozaïekje leggen: een wijze om aan te geven dat je gaat braken.

N

Nakkie: een lijntje drugs om te snuiven.

Nassen: een ander woord voor ‘eten’. Heeft niets met nasi te maken.

Natte tosti: iemand die erg van zichzelf houdt.

Nominaal (lopen): wanneer je aardig op schema bent op het gebied van studieresultaten en niet hoeft te vrezen voor eliminatie van de studie of opleiding.

Nul: iemand die nog weinig waard is binnen een bepaalde groep; bijvoorbeeld binnen een vereniging. Vergelijkbaar met – al dan niet hetzelfde als – een feut.

O

One-night stand (ONS): een avond met iemand samen zijn om de daad (meermaals) te verrichten.

Ontgroening: het ondergaan van een proeftijd bij een vereniging om de band tussen (aspirant-) leden te verbeteren.

P

P: een afkorting die wordt aangeduid om de propedeuse(fase) mee aan te duiden.

Paardenkut (Pk): een onder studenten bijzonder populair mixdrankje van Apfelkorn (drank) en bruiswater.

Pabo: afkorting voor ‘parkborrel’. Niet te verwarren met de pabo-opleiding tot leraar.

Pandapunten: een puntenaantal om aan te duiden hoeveel weken je al geen geslachtsgemeenschap hebt gehad. Waarom panda’s? Omdat deze de daad bijna nooit verrichten.

Papierneuker: een ander woord voor een ‘perforator’.

Paspes: een afkorting voor ‘pasta pesto’. Een gemakkelijke maaltijd die altijd lekker zal smaken. De student die in feite niet kan koken, zal zich geregeld verschuilen onder de paspes.

Pauper: een woord om iemand aan te duiden die niet erg rijk is en daarbij ook nog eens weinig manieren heeft. Wordt vaak sarcastisch gebruikt.

Pluk: een woord om een eerstejaarsstudent mee aan te duiden.

Prela: de voorfase van een relatie (rela).

Propedeuse: het diploma dat je behaalt wanneer je in het eerste jaar van je studie alle beschikbare studiepunten (EC’s) hebt behaald.

Puntenkanon: wordt gebruikt om aan te geven dat iemand waarschijnlijk makkelijk mee naar huis zal komen.

Q

Quali: een ander woord voor kwaliteit. Wordt ook gebruikt om de kwalificatierace van een Formule 1 wedstrijd mee aan te duiden.

Quarantaine: een woord dat wordt gebruikt om thuisisolatie mee aan te duiden. Kan zijn wegens een virus; maar nog erger is een tentamenperiode.

R

Rattentaxi: snel weggaan bij een (uiterst slecht) feestje, zonder mensen te begroeten.

Regenjas: een woord om ‘condoom’ mee aan te duiden.

Rela: een afkorting voor ‘relatie’.

Reparadler: een radler biertje om de kater mee te repareren. Behoort tot de gereedschapskist van iedere student.

Reünist: een oud-lid van een vereniging of dispuut die een soort veteranenstatus heeft weten te verwerven.

Rietadt: een drankje snel opdrinken door een rietje in het glas te plaatsen die dient als ontluchtingsmechanisme. Ook wel rietbak genoemd. Vergeet het rietje niet te rietcyclen!

S

Scharrel: iemand waarmee je omgaat, maar nog geen relatie mee hebt.

Shotgun: kan twee dingen betekenen: (1) een methode om snel een blik bier te drinken; of (2) het woord dat gezegd dient te worden terwijl men naar een auto toe loopt om de bijrijdersstoel (voorin) te claimen.

Sjaars: een ander woord voor een eerstejaars binnen een vereniging.

Skeer: weinig geld tot je beschikking hebben. Oplossing voor studenten: verkoop samenvattingen en/of creëer een passief inkomen.

Smoel(!): kan worden gebruikt om een mond mee aan te duiden, maar kan ook worden geschreeuwd om iedereen tot stilte te krijgen.

Sociëteit (soos): een plek waar mensen van een vereniging samen kunnen komen.

SOG: afkorting voor ‘studie ontwijkend gedrag. Beter niet soggen.

Spa goud: wordt gebruikt om een biertje mee aan te duiden.

Spebi: een ‘speciaal biertje’.

Spijtknor: iemand die baalt en spijt heeft dat hij of zij zich heeft aangesloten bij (vaak) een vereniging.

Strawa: afkorting voor ‘strandwandeling’.

Studentenhuis: een huis waarin verschillende studenten zich faciliteren en waar iedereen eigen taken draagt.

Studententien: een 5,5. Net zo veel waard als een 10.

Studentenvereniging: een vereniging waarin studenten zich verenigen (ongeacht opleiding/studie). Dit is wezenlijk iets anders dan een studievereniging.

StudentFinancial: de beste website op het internet die elke zelfrespecterende student helpt om zijn of haar financiële zaken te ROCKEN!

Studentikoos (stuko): wanneer iets erg ‘studentachtig’ is.

Studievereniging: een vereniging die speciaal is opgericht voor een bepaalde studie of studierichting.

Stufi: afkorting voor ‘studiefinanciering’. Het volledige woord is te pijnlijk.

Super: afkorting voor ‘supermarkt’. Bijvoorbeeld de Appie.

Sv: afkorting voor ‘samenvatting’. Voor rechtenstudenten betekent (Wv)Sv ook ‘Wetboek van Strafvordering’.

T

Tenta (TT): afkorting voor ‘tentamen’.

Tequilia teleport: tequilia drinken om een situatie leuker te maken.

Thuis: het studentenhuis.

Thuis thuis: wordt gezegd om het ouderlijk huis mee aan te duiden. Dus niet het studentenhuis; nee, het ouderlijk huis.

Tijgerpunten: een maatstaf om je seksuele ervaring mee te staven.

Tp: afkorting voor ‘Turkse pizza’.

Twaars: afkorting voor ‘tweede jaars‘.

Twarrel: de fase van een relatie waarin je twijfelt over een scharrel.

U

UB: afkorting voor ‘universiteitsbibliotheek’.

V

Vestjeslikker: iemand die overduidelijk de (seksuele) voorkeur heeft voor mensen met een slag meer status dan de rest.

Vibo: een vibrator.

Vino: een Spaans woord om wijn mee aan te duiden.

Vomeren: een ander woord voor overgeven of een grondpizza leggen.

Vrijmibo: afkorting voor ‘vrijdagmiddagborrel’. De ideale afsluiter van een harde week studeren of werken.

VVV: een vriend van vroeger.

W

Wipsteiger: een ander woord voor een stapelbed of een hoog bed.

Z

Zeester: een partij die betrekkelijk passief blijft tijdens geslachtsgemeenschap.

Zonto: afkorting voor ‘zongedroogde tomaten’.

Dat waren de letters van het alfabet

Hopah! Ken je alle woorden? Dan weet je zeker dat je een beetje lekker mee kunt komen tussen alle andere studenten. Tóch nog op zoek naar die ene definitie of klopt er iets volgens jou niet helemaal? Laat het ons gerust weten. Het doel? Hét meest complete studentenwoordenboek OOIT aanbieden. Proost!